U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

WK Boerenbridge

Spelregels

Hieronder vindt u een korte uitleg over de spelregels zoals ze tijdens het WK gehanteerd gaan worden.

Het doel van het spel is, met een wisselend aantal kaarten, het voorspelde aantal slagen te halen met schoppen als vaste troefkleur. Omdat er doorgaans vijf spelers aan tafel zullen zitten is het maximale aantal kaarten waarmee, per persoon, gespeeld gaat worden 10 (en het minimale uiteraard 1). Een boerenbridge ronde bestaat dan ook uit 19 spelletjes (van 10 naar 1 en weer terug naar 10 kaarten).

De volgorde van de kaarten is (van hoog naar laag): A, H, V, B, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2

Eerst wordt er geloot wie begint met delen. Dit wordt gedaan door voor iedere persoon aan tafel een open kaart te leggen. Diegene met de hoogste kaart begint met delen, waarbij elke schoppen hoger is dan welke andere kaart dan ook (dus schoppen 2 verslaat harten aas). Wanneer de twee hoogste kaarten gelijk zijn (bijvoorbeeld klaveren en ruiten heer) wordt de procedure opnieuw gedaan.

De aldus aangewezen gever begint met, na de kaarten te hebben geschud, iedereen 10 kaarten te geven. HET IS IEDEREEN AAN TE RADEN OM HET AANTAL KAARTEN NA TE TELLEN, WANT IEDEREEN IS ZELF VERANTWOORDELIJK VOOR HET HEBBEN VAN HET JUISTE AANTAL KAARTEN (dus niet de gever !). Wanneer blijkt (meestal tijdens het spelen) dat iemand niet het juiste aantal kaarten heeft, wordt het spelletje onmiddellijk gestopt en wordt de overtreder bestraft met 4 (vier) strafpunten en de anderen worden “beloond” met een score overeenkomstig hun voorspelling (zie puntentelling).

De persoon links van de gever begint met het voorspellen van zijn/haar slagen, die worden genoteerd op het score formulier (speler NOORD, of een vrijwilliger aan tafel hanteert het scoreformulier). Vervolgens doet iedereen om de beurt hetzelfde (met de klok mee) totdat de gever aan de beurt is om een voorspelling te doen. Nu zijn er echter restricties: het totaal van de voorspelde slagen mag nooit gelijk zijn aan het aantal kaarten (in het eerste spelletje dus 10). Wanneer er dus al 9 slagen geboden zijn, mag de gever geen 1 bieden, wanneer 8, geen 2, enz.

Nadat iedereen, inclusief de gever, een voorspelling (bieding) gedaan heeft, begint het spelen. De persoon links van de gever komt uit en iedereen speelt een kaart bij van de kleur (klaveren, ruiten, harten of schoppen) van de uitkomst. Wanneer er geen kaart van die kleur beschikbaar is zijn er twee opties:

1-     Een kaart van een andere kleur (niet schoppen) bijspelen, waardoor de slag niet gehaald kan worden

2-    Een schoppen bijspelen (troeven), waardoor de slag wel gehaald kan worden (omdat elke schoppen hoger is dan elke kaart van een andere kleur), tenzij iemand anders een hoger schoppen opgooit (overtroeven).

 

De persoon die de hoogste kaart opgooit wint de slag. Hij neemt de kaarten van tafel en legt deze omgekeerd (op een stapeltje) voor zich. Vervolgens komt hij uit voor de volgende slag. Dit gaat zo door totdat alle kaarten gespeeld zijn.

Nu telt iedereen zijn behaalde slagen, die eveneens op het scoreformulier genoteerd worden, en kan de puntenverdeling (zie hieronder) beginnen. Nadat de scores genoteerd zijn begint het volgende spelletje.

Nu is de persoon links van de gever aan de beurt om de kaarten te schudden en te delen. Nu geeft hij geen 10, maar 9 kaarten en mag het geboden aantal slagen niet gelijk zijn aan 9. Dit gaat zo door totdat er nog maar 1 kaart per persoon gegeven is, dan klimt het aantal kaarten per spelletje weer naar 10. Als 10 bereikt is (en gespeeld), is de ronde afgelopen.

Puntentelling

Punten per spelletje:

Aantal behaalde slagen is goed voorspeld (“het gehaald hebben”):

10 + (2 x aantal) (“aantal” is aantal voorspelde en behaalde slagen)

Voorbeeld: iemand voorspelt en haalt 3 slagen dan krijgt hij  10 + (2 x 3) = 16 punten

Aantal behaalde slagen komt niet overeen met de voorspelling (“aan het gas zijn”):

-2 x het aantal teveel of te weinig voorspelde slagen.

Voorbeeld: iemand voorspelt 3 slagen maar haalt er 5, hij heeft dus 2 slagen te weinig geboden en hij krijgt dan:  -2 x 2 = -4 punten (4 strafpunten)

Puntentelling bij overtredingen:

Bij het spelen met een onjuist aantal kaarten:

-4 punten voor de overtreder, andere spelers krijgen de punten alsof ze “het gehaald hebben”.

Bij verzaken:

Verzaken is het niet bekennen van de gevraagde kleur terwijl wel een kaart van die kleur beschikbaar was. Bijvoorbeeld, de uitkomst is harten en iemand besluit te troeven (schoppen bij te spelen) terwijl hij/zij nog een harten in zijn/haar hand heeft. Uiteraard is er alleen sprake van “verzaken” als dit tijdig ontdekt wordt door de tegenspelers. Wanneer de score voor het spelletje genoteerd is, is de periode van het aangeven van verzaking “verjaard”. Een onjuiste beschuldiging van verzaking wordt gestraft door het geven van een rondje drank aan al de spelers aan tafel. Wanneer er een juiste constatering van verzaking gedaan is stopt het spelletje onmiddellijk en volgt de volgende puntentelling:

-10 punten voor de verzaker, andere spelers krijgen de punten alsof ze “het gehaald hebben”.

Einde van de ronde

Aan het eind van de ronde zijn alle punten opgeteld en worden de wedstrijdpunten (WP’s) verdeeld:

5 WP voor de winnaar

4 WP voor nummer 2

3 WP voor nummer 3

2 WP voor nummer 4

1 WP voor nummer 5

Aan tafels met maar 4 spelers wordt dus altijd tenminste 2 WP gehaald. Bij gelijk eindigen worden de WP’s verdeeld (2 winnaars: 2 x 4,5 WP’s, 2 nummers 3: 2 x 2,5 WP’s)

De behaalde punten en de daaruit volgende WP’s worden op het score formulier ingevuld. Daarna wordt het score formulier ingeleverd bij de wedstrijdleiding.

Het WK

Op het WK worden er 3 ronden gespeeld en de behaalde WP’s en punten worden opgeteld. De wereldkampioen is diegene met het hoogste aantal WP’s. Bij gelijke stand in WP’s wint degene die het hoogste totaal aantal punten gehaald heeft:

Voorbeeld:

(totalen over 3 ronden)

Speler A: WP: 14, punten: 594

Speler B: WP: 14, punten: 524

Speler C: WP: 15, punten: 512

Speler C is kampioen (hoogste aantal WP’s) gevolgd door speler A en dan speler B (gelijk aantal WP’s maar speler A heeft meer punten behaald).